STEMspiratie: Interview met Eva Brouwers en Maarten Vranckx

Met het project Red Robotegem gaan scholen aan de slag met robotica, programmeren en probleemoplossend denken.

Eva Brouwers en Maarten Vranckx zijn beiden leerkracht in het zesde leerjaar van basisschool Boven-Lo in Leuven, een kleinschalige en betrokken school met 275 leerlingen. Samen begeleidden zij hun leerlingen tijdens deze uitdaging. In deze STEMspiratie vertellen ze samen hoe zij het project aanpakten, wat ze leerden en waarom het Red Robotegem-project zeker voor herhaling vatbaar is. 

 


Hoe zijn jullie in contact gekomen met Red Robotegem? 

Maarten Vranckx: “Dat is een leuk verhaal: we zijn getipt door een oud-leerling! Hij kende de wedstrijd en wist dat wij als school een grote interesse hebben in STEM. De link was dan ook snel gelegd. Vorig jaar ben ik na een cursus bij Brightlab alleen met Red Robotegem in de klas aan de slag gegaan, maar dit jaar heb ik versterking gekregen van een collega die inmiddels ook de basiscursus heeft gevolgd.” 

 


Wat sprak jullie aan om deel te nemen? 

Eva Brouwers: “Het opzet is simpelweg heel sterk: een probleem uit het ‘echte leven’ proberen op te lossen met een zelfgebouwde robot. Dat is een fantastische uitdaging. Daarnaast is de cursus voor leerkrachten heel duidelijk opgebouwd; je krijgt precies de handvatten die je nodig hebt om in de klas direct aan de slag te gaan.” 

 

Jullie werkten twee jaar op rij met Red Robotegem. Hoe was die evolutie? 


Maarten: “Het eerste jaar was best pittig. De kinderen hadden enorm veel ideeën, maar de vertaalslag naar een werkende robot was soms lastig. Dit tweede jaar konden we die creativiteit veel beter sturen.” 

Eva: “Onze belangrijkste les: ‘Begin klein en breid daarna steeds verder uit via trial-and-error.’ Wat ook cruciaal bleek, is een bewuste groepsverdeling. We zorgen ervoor dat elk groepje een mix van talenten heeft: een programmeur, een creatieveling, een sterke schrijver... Door die diversiteit komen de groepjes meestal tot een hele fijne samenwerking en prachtig resultaat.” 

 

Hoe hebben jullie het project concreet aangepakt in de klas? 

Maarten: “We werken met een helder stappenplan: 

  1. De basis: Eerst krijgt de hele klas een cursus programmeren met de micro:bit op de computer. Iedereen werkt dan nog per twee. 

  2. De match: We presenteren de challenges en laten de leerlingen daarop punten geven. Zo vormen we groepen die echt gemotiveerd zijn voor hun thema. 

  3. Verdieping: Groepen die met AI willen werken, krijgen een aparte les over de HuskyLens. De andere groepen starten al met het voorbereidende werk. 

  4. Het dynamische dossier: Daarna begint het echte werk: brainstormen, taken verdelen, schetsen en een flowchart maken. Dit is geen eenmalige taak, het dossier blijft voortdurend in beweging. Bij elke uitbreiding of aanpassing van de robot wordt de flowchart geüpdatet en het verslag aangevuld met nieuwe foto’s en bevindingen. Pas als de basis goed zit, gaan de leerlingen effectief bouwen.” 

 

Hoe begeleiden jullie de leerlingen tijdens het hele proces? 

Eva: “Onze rol is vooral faciliterend. Wij zorgen voor de materialen en we sturen wel bij waar nodig, maar we laten de leerlingen vooral zelf het werk doen. Omdat hun verslag en flowchart steeds mee veranderen met hun robot, leren ze dat falen en aanpassen bij het proces horen. Ze zoeken zelf inspiratie op de website of zoeken uit hoe ze specifieke sensoren moeten programmeren. Wij bewaken de voortgang, zij zijn de architecten.” 

 

Jullie organiseerden op 28 maart een tentoonstelling. Wat betekent zo’n slotmoment voor de leerlingen? 

Maarten: “Omdat er maar twee groepjes naar de finale mogen, willen we iedereen betrekken. Daarom organiseren we een expositie voor de school en de ouders. Bezoekers krijgen stembiljetten en geven sterren voor originaliteit, stevigheid, het programma en AI-gebruik.” 

Eva: “Het publiek bepaalt dus wie er naar de finale gaat! Voor de leerlingen is dit een enorm trots moment; ze kunnen hun harde werk aan de buitenwereld tonen.” 

 

Heb je tips voor collega-leerkrachten rond de nieuwe minimumdoelen? 

Maarten: “Laat je niet verlammen door die doelen. Wij vinden het op dit moment belangrijker dat de kinderen samen iets bereiken en hun eigen talenten ontdekken. De softskills - samenwerken, probleemoplossend denken, doorzetten - zijn minstens zo waardevol. Voorlopig hebben we zelf geen stress rond die minimumdoelen. Die komen organisch aan bod tijdens zo’n project.” 

 

Tot slot: zouden jullie opnieuw deelnemen aan een volgende editie van Red Robotegem? 

Eva: “Absoluut! Het is een prachtig project waarbij de leerlingen werken aan hun 21ste-eeuwse vaardigheden. En de beloning - een bezoek aan Technopolis - is natuurlijk de kers op de taart voor de leerlingen!” 

Meer weten over dit project?